Staren in de gedachte
De spiegel van de ziel is
stilte. Antoon Van den Braembussche (1946) maakt er geen geheim van dat dit het
uitgangspunt is van zijn nieuwe poëziebundel. Het ‘niet-zeggen’ als bron van
veel: het is een kijk op poëzie die opvalt in een tijd waarin kwebbelende
taal-verstikkers de toon aangeven.
Je zou het gebied van het zwijgen kunnen zien als de eigenlijke, zo niet de ware, zetel van het gevoel. Hoe dit gebied te beschrijven zonder het absolute van het niet-zeggen geweld aan te doen? Van den Braembussche probeert het met ingehouden adem en daarin ligt de kracht van Spiegel van de ziel. Hij durft het onmogelijke aan, wetende dat de stilte - je zou bijna zeggen godzijdank - een onneembare veste is. Maar dat dondert niet. Het wezen van het goede gedicht is nu eenmaal iets paradoxaals: het verwoorden van het niet-uitspreken.
Het paradoxale is een instrument dat Van den Braembussche graag inzet om naar de kern te reiken van de betekenisvolle stilte. Hij betrekt bijvoorbeeld het wezen, het wezenlijke, op een gewaagde manier bij zijn poëtische gedachten.
Is echter het mooiste van alles / niet wat zonder wezen is?
Zo beschouwd zijn veel gedichten in Spiegel van de ziel notities bij het voorzichtig naderen van een kernbesef. Notities die geleid worden door een intuïtie die influistert dat ‘de waarheid’ in een stiltewagon reist die zich beweegt door onbetreden landschappen, waarvan de dichter (met de pen in de hand) alleen maar een beetje kan dromen.
Leegte waarin we desondanks / onszelf ontmoeten. // Waarin we niets meer vragen / en het gedicht niets anders is / dan maan, medemens / en meervoudig licht.
Loopt in deze bundel de beeldspraak af en toe niet een beetje uit de rails? ‘Zweeft’ Van den Braembussche soms niet te veel? Ik zou zeggen, dat valt mee. De dichter zet ons een klankschaal voor waar hij overwegend zacht, soms onbesuisd, tegen tikt. Alles bedoeld om bij de lezer hetzelfde intuïtieve wakker te maken dat ten grondslag ligt aan deze filosofisch getinte bundel. Het gaat om een stille waarheid, die samengaat met intuïtie en contemplatie.
De eindeloze nachten van de rede
Met gekruiste armen staar ik in de gedachte
niets anders rest me
Van den Braembussche houdt in zijn werk de menselijke maat in het oog. Er valt, zelfs in het anti-oorlogsgedicht waarmee de bundel besluit, altijd wel een behoedzame benadering van de menselijke ziel te bespeuren. Het aanschouwen van het donkere en het lichte is als luisteren naar silent music: Geluk en tristesse // op het bijna onhoorbare klavier. Deze bundel is toch vooral een vorm van introspectie. Een intrigerende en hoogst persoonlijke verkenning van het mystieke proces dat met het leven samenhangt, een proces waarin troost en raadsel hand in hand gaan.
Neem mij mee naar
Waar je geluidloos kan zingen
Antoon Van den Braembussche: Spiegel van de ziel, Uitgeverij P, Leuven 2026, 59 p. ISBN 9789493534056

Niets is om vast te houden. Niets komt op zijn eentje. Er is altijd iets dat zwijgt en als het zingt, voelt alles goed.
BeantwoordenVerwijderen