door Erick Kila We leven kennelijk in een tijd van literair onvermogen. De Nederlandse taalcultuur wordt steeds meer verrijkt met producten van effectbejag en overschatting. Het aanvoelen van de mogelijkheden van taal, een wat dieper gaande kennis van het materiaal dat taal is: het zijn elementen die verdwijnen. Zo worden nu bijvoorbeeld in het domein van de poëzie vooral ‘spoken word’ en ‘proza-poëzie’ op het schild gehesen. Een bruikbaar criterium om poëzie op waarde te schatten is gelukkig ‘waarachtigheid’. Onlangs kwam een recent verschenen bundel in mijn blikveld die het etiket ‘waarachtig’ ten volle verdient. Het gaat om Aan de vooravond , een sober vormgegeven selectie gedichten van Miel Vanstreels (Godsheide, 1951). Vlaming van geboorte woont deze schrijver/dichter al sinds zijn negentiende in Maastricht. Wellicht dat de Nederlandse omgeving van invloed is geweest op de ingetogenheid en het minimale van Vanstreels poëzie. Er is in Aan de vooravond geen spoor te bekenne...