De hond die God heeft gezien
door Erick Kila
We zijn het er wellicht over
eens dat de wereld een merkwaardige verblijfplaats is. Toch zijn er maar weinig
mensen met een antenne voor het vreemde dat overal om ons heen op de loer ligt.
Er zijn bijvoorbeeld schrijvers die de bizarre kantjes van het menselijk bestaan feilloos registreren en wel zo dat je er bijna overheen leest. Dat komt omdat het ongewone vaak de jas van het gewone draagt. Je komt een meneer tegen en het kan zomaar de duivel (vermomd als schriel mannetje) zijn of je merkt een zwerfhond op met een vriendelijke kop en je denkt dat het God is of op z’n minst een boodschapper van God.
Dino Buzzati (1906 - 1972), een Italiaanse journalist en schrijver, zag als geen ander de magie die stiekem met de alledaagsheid verweven is. Als magisch-realist bracht hij heel gewoontjes, op een rustige verteltoon, in korte verhalen het ultieme raadselachtige van het bestaan naar de oppervlakte. Voor een Italiaan is het niet vanzelfsprekend dat je het katholieke geloof benut als stof voor verhalen met een vleug ironie. Buzzati deed het en kon het. Zonder ook maar de schijn te wekken van spot en blasfemie keek hij in de ziel van het met de paplepel ingegoten geloof van de Italiaanse burger. Ja, het geloof is een nuttig mysterie. De hond die God heeft gezien onthult en bevestigt het. Religie als industrie, organisatie en verdovend middel leunt natuurlijk zwaar op wat we gerust het menselijk tekort mogen noemen. En precies via zijn kennis van de menselijke zwakheden creëerde Buzzati zijn bedaarde, maar knagende, ontsporingen van de werkelijkheid. In het titelverhaal van deze verhalenbundel worden de oppervlakkig gelovige en de gelovig oppervlakkige frappant geconfronteerd met de stille macht die van het geloof uit gaat. Het hoofdpersonage, de hond, heeft geen tekst, maar zegt des te meer. En ook de duivel, die een garage blijkt uit te baten (in het verhaal Garage Erebus), heeft vooral een door de schrijver vaardig neergezette context nodig om te schrijnen van kwaadaardigheid (Erebus was de Griekse oergod van de duisternis).
Met Gianni Celati (1937 - 2022) hoort Buzzati tot de beste Italiaanse schrijvers van verhalen. Waar Celati ook wel het landschap betrekt in zijn spel met schijn en werkelijkheid (zie mijn artikel Het raadsel van de werkelijkheid) neemt Buzzati vooral menselijke hebbelijkheden en onhebbelijkheden als uitgangspunt voor zijn surreële verhalen. Beiden zijn geen leuteraars maar eerder ‘zuinige’ schrijvers. De suggestie, de stilte tussen de woorden, is belangrijk in hun verfijnde oeuvre. Beklemmend en bevrijdend tegelijk (ja, een paradox is nooit weg in het suggestieve) is een van de laatste verhalen van de bundel: Meisje dat neerstort. In zo’n zes bladzijden krijgen de zin en onzin van het leven in een kalme en volkomen natuurlijk lijkende uitrekoefening van de menselijke geest vorm. En dan is er nog de man die aan autoziekte leed. Hij reed in een Fiatje 600 maar was helemaal gegrepen door het idee een grote luxe chique slee te bezitten. De ziekte ontwikkelde zich tot een obsessie. Het huwelijksleven met Faustina, zijn lieve vrouw, leed eronder. Tot er een plotse wending in het verhaal kwam. De man was opeens in het bezit gekomen van een spiksplinternieuwe blauwe sportauto, een onbekend merk. Zijn vrouw, zo vertelde hij een vriend, had hem tegelijkertijd verlaten. De vriend kon er niet achter komen waar Faustina gebleven was en verloor een tijd het contact. Op een gegeven moment echter viel zijn oog op een krantenbericht: een blauwe sportauto, die hij herkende als de auto van zijn geobsedeerde vriend, was uit zichzelf gaan rijden en had zich te pletter gereden. Er doemt dan (bijna ongedwongen) een bizarre transfiguratie op in dit verhaal van blind en ziekelijk begeren: de gedaanteverandering van mens naar machine, van vrouw naar auto.
Buzzati vertelt dit en nog veel meer op onderhoudende en ingehouden wijze. Zijn verhalen zijn fascinerend en hebben een onvermoede diepte. Ze zijn uitstekend vertaald in uitgaven die helaas alleen nog antiquarisch of via de bieb beschikbaar zijn.
Dino Buzzati: De hond die God heeft gezien, Goossens, Tricht 1991, 150 p. : vertaling van Il cane che ha visto Dio door Tine Riegen en Anna Maria Domburg, ISBN 9789065512215


Reacties
Een reactie posten