Humorvolle mopperkont
door Erick Kila
In 2019 recenseerde ik voor
het eerst een deel uit de reeks literaire dagboeken van de Dordtse
schrijver/historicus Kees Klok (1951). Het ging om de jaren 1980 - 1983. Over de
toevoeging ‘literaire’ vroeg ik me af: gaat het om een keurmerk dat het dagboek
doet uitstijgen boven een ‘gewoon’ dagboek of heeft het vooral betrekking op allerlei
‘letterkundige’ aangelegenheden die in deze dagboeknotities opduiken? Ik
besloot destijds tot het laatste.
Na lezing van Verscholen in het groen literair-dagboek 1989 - 1990 wijk ik niet van mijn eerdere standpunt af. Klok schrijft ervaringen en gedachten die hij de moeite waard vindt met ijzeren regelmaat en zonder ophef op. En daar is niets mis mee. Zijn dagboeken hebben mede daardoor iets aangenaam kabbelends. Je loopt met de schrijver mee door zijn bestaan en zo leer je zijn hebbelijkheden en terugkerende genoegens en ongenoegens kennen. Afwisselend moet je er om glimlachen of lichtjes van gruwen, want Klok is kwetsbaar eerlijk.
Sinds wanneer maakt eerlijkheid een schrijver kwetsbaar? Nou (als we het over auteurs in democratieën hebben) sinds een jaar of negen. Zo is de absolute vrijheid om over lichamelijke lusten te schrijven sinds Me Too een stuk minder vanzelfsprekend. Zo’n kleine veertig jaar geleden kon een schrijver zich op dat vlak meer permitteren dan in 2026. We hebben het over de hoogtijdagen van Wolkers en Reve. In die dagen kon je bijvoorbeeld nog scheutig zijn met het werkwoord ‘neuken’. We merken het aan de dagboeknotities in Verscholen in het groen. ‘Toen nog dertiger’ Klok voelde zich vrij om het signaleren van luchtig geklede jongedames en zijn gevoelens daarbij in zijn dagboek te noteren. Maar Kloks dagboek is uiteraard geschiedenis. In een hedendaagse setting zou hij vlotjes deswege als vieze oude man gebrandmerkt worden. Het laat zien dat het literaire bedrijf toch wel te maken heeft gekregen met de invloed van een soort moraalpolitie.
We kunnen vaststellen dat de delen van dit veelomvattend dagboekproject een aardig en frappant tijdsbeeld opleveren. Vooral de literair-historische waarde geeft deze dagboekenreeks bestaansrecht. Wat is er al niet veranderd in drie decennia. Veelvuldig komen we in 1989 het schrijven en posten van brieven tegen en ook het bezoeken van bibliotheken en studiezalen. De computer bestond natuurlijk al, maar het vanzelfsprekende thuisgebruik ervan en bijvoorbeeld het via de pc e-mailen waren zeker geen gemeengoed. De smartphone was nog in geen velden of wegen te bekennen, maar wel bijvoorbeeld Maarten van Rossem. Klok kreeg frequent met hem te maken toen hij als niet reguliere student aan de universiteit van Utrecht zijn doctoraaldiploma geschiedenis ging halen. Universitair docent Van Rossem trad rond 1990 al met enige regelmaat in de media op.
Naast alle beslommeringen in
werk en privé vindt Klok altijd gelegenheid om zich met zijn literaire ambities
bezig te houden. Met enig succes ook, want een destijds niet onbelangrijk
literair tijdschrift als Maatstaf publiceert gedichten van hem. De inspiratie
voor poëzie komt regelmatig ter sprake in de notities. Klok trouwt in deze
dagboekperiode met de Griekse Stella. De band met Griekenland wordt hechter en
de afkeer van de onderwijs-biotoop waarin Klok zijn geld moet verdienen wordt groter.
Het laatste heeft niet zo zeer met leerlingen als wel met de ‘lesboeren’ en
managers te maken. Er liggen nog vele dagboekjaren voor ons. We blijven de
levenswandel van deze humorvolle mopperkont met plezier volgen.
Kees Klok: Verscholen in het groen literair-dagboek 1989 - 1990, Amforeas, Dordrecht 2026, 174 p. ISBN 9789403869117

Reacties
Een reactie posten