De hoge gekte

 











door Erick Kila

We leven kennelijk in een tijd van literair onvermogen. De Nederlandse taalcultuur wordt steeds meer verrijkt met producten van effectbejag en overschatting. Het aanvoelen van de mogelijkheden van taal, een wat dieper gaande kennis van het materiaal dat taal is: het zijn elementen die verdwijnen. Zo worden nu bijvoorbeeld in het domein van de poëzie vooral ‘spoken word’ en ‘proza-poëzie’ op het schild gehesen.

Een bruikbaar criterium om poëzie op waarde te schatten is gelukkig ‘waarachtigheid’. Onlangs kwam een recent verschenen bundel in mijn blikveld die het etiket ‘waarachtig’ ten volle verdient. Het gaat om Aan de vooravond, een sober vormgegeven selectie gedichten van Miel Vanstreels (Godsheide, 1951). Vlaming van geboorte woont deze schrijver/dichter al sinds zijn negentiende in Maastricht. Wellicht dat de Nederlandse omgeving van invloed is geweest op de ingetogenheid en het minimale van Vanstreels poëzie. Er is in Aan de vooravond geen spoor te bekennen van het uitbundig barokke dat veel Vlaamse dichters eigen is. Vanstreels was langdurig werkzaam in de (ouderen)zorg en is bovendien een enthousiast wielertoerist (‘met altijd tegenwind’). Het zijn zaken die in zijn proza en poëzie een rol spelen.

De verpleging

 
Geen betere leerschool
dan een ziekenhuis
 
ook al kreeg ik
geen diploma voor
wat ik vond:
 
hoe langer je
naar de dood kijkt
 
hoe dichter je
bij het leven komt

De titel van de bundel wijst er al op: de dichter ziet zich geconfronteerd met de verschijnselen die bij ouderdom horen. De avond is nog niet in nacht veranderd, maar in de vooravond dringt zich wel onverbiddelijk een besef van eindigheid op. Hoewel onverbiddelijk? Er zit eigenlijk weinig onverbiddelijks in de sfeer en de toon van deze gedichten. Vanstreels verbindt de sportfiets soepeltjes met medische problemen en de dood. Zoals hij ook een milde kijk op het onvermijdelijke samenbrengt met een vreugdevolle geboorte: Ik fiets naar het graf / van mijn grootvader // om de geboorte / van mijn kleindochter / te melden, // ze wordt genoemd / naar mij zoals ik // naar hem, // ik fiets voorwaar / drie eeuwen / aan elkaarVanstreels benadert de schaduwkanten van het ouder worden met een aangename luchtigheid waarbij hij onvermijdelijke ‘pijnpunten’ toch niet uit de weg gaat.

Aan een lange tafel

zitten we met z’n allen
richting tachtig
te gaan,
 
naarmate de avond
vordert maakt alcohol
het leven lichter,
 
’t is wachten
tot de echte uittocht
gaat beginnen,
(…)

Ook de huidige geopolitieke perikelen hebben subtiel een plaats in deze gecomprimeerde poëzie. In Na Oekraïne en In verwarring krijgen onvermogen en geschiedenis precies de werking die voorkomt dat er een clichébeeld ontstaat.

Vanstreels heeft sinds de zeventiger jaren veel gepubliceerd. Vooral poëzie, maar ook wat hij ‘verhaaltjes’ noemt. Zijn recente uitgaven verschenen bij de mini-uitgeverij die hij zelf in het leven riep: Haute Folie. De naam, vrij vertaald ‘De hoge gekte’, is ontleend aan een fietsroute in het Land van Herve (nabij Luik) die maar liefst tweehonderd klimpunten telt. Een toepasselijk uitgeef-etiket voor de eenzame en volhardende zwoeger die een schrijver van gedichten wel beschouwd is.

Miel Vanstreels: Aan de vooravond, Uitgeverij Haute Folie, Maastricht 2026, 44 p. ISBN 9789403848990


Reacties

  1. Heel fijne en terechte bespreking, Erick, waar ik het helemaal met jou eens ben omtrent de ondergewaardeerde kwaliteit van deze Limburgse dichter.

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

De paus in lotushouding

Morele basis