Ragfijn











door Erick Kila 

Het ongrijpbare aanraken: het lijkt onbegonnen werk. Toch zijn er momenten, in een twinkeling van licht of in taal, die het ondoorgrondelijke een gestalte geven. Er zijn bijvoorbeeld verhalen en gedichten die dat schuchter doen. Je moet er wel een antenne voor hebben, maar die antenne is zelden aangeboren.

Zo kan iets dus - vóór het op waarde wordt geschat - lang mijmeren op een plekje ver in het geheugen. Want ja, hoe vang je iets op dat eigenlijk slechts een zweem is van een gevoel? Hoe zie je door een vlechtwerk van woorden heen een andere werkelijkheid? Die ‘andere’ werkelijkheid is het gebied van de droom en de fantasie, een gevoelsdomein dat al vóór de volwassenheid vervaagt, om tenslotte geheel op te lossen in het gewone leven. Er is talent voor nodig en nieuwsgierigheid om die andere ‘parallelle’ werkelijkheid te onthouden en aan te roepen als het nodig is.

Mijn eerste literaire leeservaring was het debuut van Cees Nooteboom (Den Haag, 1933 - Menorca/Spanje, 2026). Ik kreeg het door een leraar op de middelbare school aangereikt en begreep werkelijk niets van wat ik las. Toch bleef het merkwaardige begin van de roman, met zijn onbevangen sfeer van voorbijheid en verwachting, altijd ergens in mijn brein sluimeren, goed afgedekt tegen de werkelijkheid. De op latere leeftijd ietwat deftige literator Cees Nooteboom opende in 1955 met zijn debuut Philip en de anderen een luikje naar het ongrijpbare, naar het ultieme onberedeneerde. De piepjonge auteur schreef in de zomer van 1954 een verfrissend ‘ongeleide’ roman die als vanzelfsprekend het gebied van de andere werkelijkheid betreedt. Niets is daar in beton gegoten, het ‘werkelijke’ staat het gedroomde niet in de weg en de droom gedraagt zich achteloos als het werkelijke. De verwikkelingen, kortweg Philips ontmoetingen met ‘de anderen’, dienen een onuitgesproken doel. Ze illustreren een door de hele roman volgehouden gevoelDat gevoel, die grondtoon, houdt alle gebeurtenissen en gedachten samen in een bezield verband, in een verhaal dat niet besmet is door ervaring, goede bedoelingen en literaire krachtpatserij.

De jonge Philip Vanderley heeft geen duidelijke achtergrond. Hij bezoekt drie keer zijn vreemde oom Antonin Alexander. De eerste keer is hij tien jaar, het tweede bezoek vindt zes jaar later plaats en dan blijft Philip twee jaar wonen in ooms met onbestemd meubilair volgepropte rustieke huis. Het derde bezoek is het slot van de roman. De sfeer die verbonden is met de bezoeken zet de toon. Het vreemde van oom, de omstandigheden en de andere verhaalpersonages worden vanzelfsprekend aanvaard. Als de inmiddels achttienjarige Philip op zeker moment besluit om weg te gaan, naar Frankrijk, krijgt hij van oom een biljet van honderd gulden mee.

Liftend bereikt Philip de Zuid Franse stad Arles waar hij het merkwaardige meisje Jacqueline ontmoet. Hij moet al snel afscheid van haar nemen, zoals al zijn ontmoetingen onverbiddelijk door een afscheid worden gevolgd. In de Alyscamps, een oeroude necropolis in Arles, wordt hij aangesproken door de mysterieuze Maventer, een voormalige koormonnik. Maventer wil Philip een verhaal vertellen en neemt hem mee naar een dorpje. Daar moet Philip in een hotelletje wachten. Als Maventer na een tijd opduikt, vertelt hij hem een verhaal over een meisje met een oosters gezicht. Zij wordt zo tastbaar in Philips gedachten dat hij besluit haar te gaan zoeken. Of zij nu wel of niet bestaat, speelt geen rol. In alle handelingen is het onderscheid tussen droom en werkelijkheid van geen belang. Philip reist verder, naar Luxemburg, Parijs en naar Calais, waar hij haar - daadwerkelijk of gedroomd - vluchtig zietOp zijn zoektocht naar het meisje met het oosterse gezicht komt Philip andere meisjes tegen. Het zijn ontmoetingen met een belofte van liefde, maar ook met gevoelens van twijfel. Steeds weer is er de drang om op zoek te blijven naar het meisje waarover Maventer vertelde.

De roman is geladen met diffuse gevoelens over verwachting, hoop en de wezenlijke onbereikbaarheid van ‘anderen’. Er gaat geen oordeel van dit alles uit. Er is ruimte voor een ragfijne sfeer van melancholie, nieuwsgierigheid en verlangen. Philip en de anderen is een wonderlijk en intrigerend boek.

Cees Nooteboom: Philip en de anderen, Querido, Amsterdam 1965, 159 p. NB eind 2025 verscheen nog een herdruk bij De Bezige Bij



Reacties

Populaire posts van deze blog

De paus in lotushouding

Morele basis

De hoge gekte