Morele basis 4











door Erick Kila

Wat we leren van de geschiedenis is dat we niet van de geschiedenis leren: een veelzeggende (aan verschillende denkers toegeschreven) constatering die opduikt in het essay Science, Liberty and PeaceAldous Huxley (1894 - 1963) publiceerde in 1946 deze scherpe analyse van de honger naar macht. De nu verschenen vertaling kreeg als titel De tijd van de oligarchen.

Er valt bij nader inzien door de aandachtige lezer toch veel te leren van deze tachtig jaar geleden verschenen (en dus inmiddels geschiedenis geworden) beschouwing van de menselijke zwakte. Het door Bas Heijne knap ingeleide opstel geeft een helder inzicht in menselijke macht en onmacht en menselijk vermogen en onvermogen. Met W.O. II nog vers in het geheugen probeerde de auteur van Brave New World (1932) het mechanisme bloot te leggen dat rampspoeden als oorlog, ongelijkheid en honger veroorzaakt. Het begrip oligarchen uit de Nederlandse titel moet hierbij ruim worden opgevat. Denken we nu vooral aan extreem rijke privépersonen met een buitensporige politieke invloed (bepaalde Russische en Amerikaanse ‘zakenlieden’/Techbazen), in de visie van Huxley kunnen ook staten zich op een oligarchenmanier gaan gedragen.

De in 1946 uiteraard al springlevende begrippen ‘oligarchie’ en ‘despotisme’ zijn anno nu niet van betekenis veranderd. Het gaat om ‘de centralisatie van macht richting een kleine minderheid van heersers’. Op het niveau van ‘de staat’ geldt daarbij dat een regering met een praktisch ongecontroleerd monopolie op macht gemakkelijk verleid wordt tot tirannie.

Huxley gaat in op een van de belangrijkste boosdoeners: een minderheid, een elite, die er telkens in slaagt haar exclusieve toegang tot de verworvenheden van de technologische vooruitgang te misbruiken om haar macht over de meerderheid te bestendigen en uit te breiden. Misbruiken, want je zou die zich ontwikkelende mogelijkheden van wetenschap en techniek namelijk ook kunnen aanwenden om de kans op oorlogen te verkleinen en om de voedselvoorziening op een simpele manier te verbeteren voor alle aardbewoners. Maar dat vergt een uitgangspunt dat radicaal afwijkt van de bevrediging van machtshonger en graaizucht. Dat vergt een moreel-ethisch uitgangspunt. Liever benut de elite de technologie voor de ontwikkeling van wapentuig, effectieve propaganda- en controletechnieken en een gestroomlijnde massaproductie van voedsel. Dat laatste levert winsten op voor de politieke en economische machten met oligarchentrekken, maar staat de broodnodige productie op kleine schaal (vooral gericht op het eigen levensonderhoud van alle individuen) volledig in de weg.

In ’46 constateert de schrijver dat het voortschrijden van de wetenschap hand in hand gaat met afname van vrijheid en toename van centralisatie van macht. Hij maakt een onderscheid tussen belangeloos wetenschappelijk onderzoek en toegepaste wetenschap. Vooral de toegepaste wetenschap is door de (moreel-arme) machtscentra goed voor de eigen kar te spannen. Hij geeft er de nodige voorbeelden van en draagt ook remedies aan tegen dit kwaad. Sommige wellicht (met de kennis en ervaring van acht decennia later) een beetje naïef, maar andere waardevol en prikkelend.

Gaandeweg bekruipt de lezer het gevoel dat Huxleys bevindingen nog steeds actueel zijn. In een bespiegeling over de manipulatie-mogelijkheden van moderne media (toen nog kranten en radio) merkt de auteur op: Nooit eerder waren zo veel mensen dermate overgeleverd aan zo weinig mensen. Zo lang na 1946 (het geboortejaar van Trump) klinkt dat ons nog heel bekend in de oren. De politieke tendens die nationalisme heet, wordt in het essay overtuigend in verband gebracht met oorlog, materiële ravage en de daardoor aangerichte morele vernieling. Het is in 2026 allemaal aan de orde van de dag.

Wat door Huxley en sommige andere door hem aangehaalde denkers over het ‘mechanisme van de rampspoed’ kort na de oorlog puntig en beargumenteerd in kaart werd gebracht, heeft nog steeds waarde. De in De tijd van de oligarchen aangegeven tendensen en lijnen hebben hun waarschuwende kracht niet verloren. Integendeel.

Aldous Huxley / Bas Heijne: De tijd van de oligarchen, Uitgeverij Prometheus, Amsterdam 2026, 110 p. : vertaling van Science, Liberty and Peace door Thomas Heij, ISBN 9789044661873

Reacties

  1. Dit is inderdaad een nog uiterst actuele analyse. Het is verbijsterend dat de geschiedenis steeds opnieuw in dezelfde val loopt. Dank voor deze uitmuntende bespreking!

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Altijd al heb ik een groot wantrouwen gekoesterd ten aanzien van nationalisme. Het wordt hier nog eens duidelijk gemaakt welke schaduwzijden aan dit politieke credo verbonden zijn.
    Goed dat hier eens grondig op gewezen wordt. Je bespreking komt m.i. net op tijd;

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten

Populaire posts van deze blog

De paus in lotushouding

Morele basis

De hoge gekte