Observator van zichzelf
door Erick Kila
Poëzie is vooral géén proza.
Jacobus Bos (1943) laat het in Een omgekeerde wereld duidelijk zien. Deze
dichter trekt al jaren zijn eigen spoor door het literaire veld en is niet
beïnvloed door de huidige trend in poëzie (verknip proza tot het eruitziet als
een gedicht).
Het zou zo maar eens de reden kunnen zijn voor het feit dat Bos deze bundel in eigen beheer uitbrengt. Voor zijn voormalige uitgever (Wereldbibliotheek) is deze avontuurlijke poëzie kennelijk te moeilijk.
Bos stuurt zijn poëtische alter ego op verkenningstocht door een bijna letterlijk ‘omgekeerde’ wereld. Het is een gebied waarin niets is wat het lijkt en waarin verleden, nu en toekomst als het ware oplossen in een landschap van water, droogte, verleden en verlatenheid. Slechts het besef van ‘er zijn’ lijkt de dichtregels te genereren. Zo’n gewaarwording van essentie kan zich scherp en tastbaar manifesteren in de gedachtewereld van mensen die al een en ander hebben meegemaakt. De ouder wordende mens (mits überhaupt begiftigd met een gedachtewereld) kan immers de verwachting vergelijken met de eerder ervaren werkelijkheid.
Veel staat op losse schroeven in de wereld die het geestesoog van Jacobus Bos waarneemt. Niets beklijft echt. De vrouw, de geliefde: zij wordt herinnerd, maar krijgt niet meer dan een tamelijk schimmige gestalte. In het laatste gedicht wordt gerept van ‘de weg van niets naar nergens’. Het is de nuchter constaterende definitie van een levensloop en tegelijk de beleving van een existentiële leegte. Moeten we deze spelende en plastische poëzie dan grimmig en benauwend noemen? Nee, geenszins. Het gaat om een soort balans die weliswaar weinig vervuldheid en warmte oplevert, maar die wel een eerlijke en taal zuivere verslaglegging is van hoe een leven zich uiteindelijk kan overleveren aan bespiegeling, hoe het denken steeds meer kan neigen naar het absolute van het niets.
In deze goudmijn van verlorenheid
Het verlangen om lucht te worden
zonder enig besef van leven
overweldigt hem geregeld.
Windstilte zonder mannen in sloepen
die uit alle macht roeiend proberen
hun schip in beweging te krijgen.
Bevroren in de zwarte spiegel van de zee
die in de hitte van het zonlicht verdampt
alsof er onvermoede krachten schuilen
in dit schitterend schaduwrijke niets
waar alleen de stilte soms beweegt.
Alsof er tersluiks nog wordt geademd.
Wat in deze gedichten nog
het meest een gevoel van ‘geborgenheid’ en ‘bestemming’ geeft is het water, de
zee. De gedichtenreeksen van Jacobus Bos rollen op de lezer aan als golven. Er
zit een diepe waarheid in, die zich heeft verbonden met de zee als oerkracht en
als plaats van oorsprong.
Soms denkt hij dat hij zeewier is.
waar licht van de zon hem weet te vinden
in een windvlaag die van water is.
(…)
Een ‘ik’ treffen we in Een omgekeerde wereld niet aan. Bos hanteert de derde persoon. Hij lijkt daarmee een observator van zichzelf. Wellicht is de ‘goudmijn van verlorenheid’ nog niet volledig ontgonnen, want begin dit jaar verscheen ook Als de nacht de zee wordt. De technische vooruitgang maakt gelukkig mogelijk dat interessant literair werk ook onafhankelijk van uitgevers kan verschijnen. Een ontwikkeling om te volgen.
Jacobus Bos: Een omgekeerde wereld, Eigen beheer/Pumbo, 2025, 72 p. ISBN 9789465331584

Reacties
Een reactie posten