Mensenkennis
door Erick Kila
Er zijn boektitels waar je
meteen voor valt. Wegens mensenkennis gesloten is er zo een. Deze
verhalenbundel van L.H. Wiener verscheen in 1988. De schrijver (Amsterdam,
1945) zegt van zichzelf onder meer: ‘ik koketteer nogal graag met mijn
alcoholisme, alsmede met de negatie van mijn literaire werk’ en ‘mijn gebrek
aan mensenkennis buitte ik hoofdzakelijk uit door het verzamelen van vijanden,
waarbij mijn Laatste Vriendin (het is nu wel genoeg geweest) met wie ik toch
veertien jaar heb verkeerd, mijn nieuwste aanwinst is.’ Een andere treffende
uitspraak: ‘Het leven is mooi, maar men moet leren hoe het te vergallen.’
Het autobiografische is belangrijk bij Wiener. Hij benut daartoe het personage Viktor van Gigch, een wat sneue drankzuchtige leraar Engels van middelbare leeftijd aan het Stedelijk Gymnasium in Haarlem. Hoewel de overeenkomsten met de schrijver duidelijk zijn (Wiener was daadwerkelijk leraar aan het Haarlemse Stedelijk Gymnasium en is een drankorgel), is een kanttekening op zijn plaats. De auteur is een begaafd stilist en gebruikt zijn eigen geschiedenis vooral als ‘kneedbaar’ materiaal. Zo laat hij een literaire werkelijkheid ontstaan die goed beschouwd extra veelzeggend is. Het gaat tenslotte om het innerlijk van een schrijver en dat mag gerust geëxploiteerd en enigszins aanpast worden. Wiener doet dit in zijn verhalenbundel overigens aangenaam rücksichtslos. Je vraagt je af: heeft alles daadwerkelijk zo plaatsgevonden? Maar, ach, wat maakt het eigenlijk uit.
Dat de schrijver geen onverbeterlijke optimist is, ademt deze bundel in ieder geval. Een rake schrijfstijl en onnadrukkelijke humor zorgen ervoor dat loodzwaarheid en beklemming soepel vermeden worden. Al is het leven dat wordt beschreven geen lolletje, de benauwenis wordt telkens weer met goede moed, opwekkend cynisme en een straffe slok bestreden. In het titelverhaal komen de twee werkelijkheden (de ‘echte’ en de literaire) op slimme wijze bijeen. De auteur zit in zijn eentje op zijn boot om een stuk te schrijven voor het tijdschrift De Tweede Ronde. Hij voelt zich verwant met dat blad: het is goed en niemand leest het. Er is een deadline, maar nog geen effectieve inspiratie. De gedachten dwalen naar Wieners jeugd in Zandvoort. Verschillende personages uit dat dorp worden voor het verhaal in spe overwogen. Een keuze blijkt moeilijk. Het gaat hard waaien en de schrijver moet naar buiten om op het dek iets vast te zetten. Als hij de nacht in kijkt, schiet hem een bijzondere Zandvoorter te binnen, een nogal eenzelvige kastelein. Wat volgt, is een literair spel. Hoe bewijs je eer aan een man die werkelijk bestaan heeft? Er is een aanloop nodig: varianten van een openingszin uitproberen, filosoferen over wat bij nader inzien onuitsprekelijk c.q. onbeschrijfbaar is, het innemen van een ruime hoeveelheid ‘genever’. Tussen de op schrift gestelde probeersels springt dan ineens de intrigerende titel van dit verhaal eruit.
Hoe komt het tot zo’n indringend bericht van sluiting? Het verhaal ontvouwt zich eindelijk. Door een inbraak is de kastelein bestolen van zijn met liefde opgebouwde verzameling modeltreinen. Het nekt de man, hij laat zijn café verlopen. Op een dag zit er het briefje op de cafédeur: wegens mensenkennis gesloten. Zo’n titel vat de ‘state of mind’ van een door het leven geknakte kastelein fraai samen, maar is ook een uiting die past bij het melancholisch sarcasme en het humorvolle uitzichtloze dat het literaire bedrijf van L.H. Wiener eigen is.
Lodewijk Willem Henri Wiener is inmiddels tachtig. Eind vorig jaar verscheen zijn nieuwste boek In verlatenheid. De titel doet fijne bemoedigende en relativerende neerslachtigheid vermoeden. Wiener is goed, maar wordt te weinig gelezen.
L.H. Wiener: Wegens mensenkennis gesloten, Bert Bakker, Amsterdam 1988, 113 p. ISBN 9035105931

Reacties
Een reactie posten