Spelen met het raadsel












door Erick Kila

Soms geeft vooral het minimale houvast. Wie zoekt naar de kern van de dingen of misschien wel naar de essentie van een bestaan, moet veel woorden wegstrepen. Misschien was dat wel het uitgangspunt van Dirk Kroon (Schiedam, 1946) om Na de vogels te schrijven, een reeks van vijfenzeventig kwatrijnen. Kroon wordt dit jaar tachtig. Hij leeft al enige tijd teruggetrokken. Met een knipoog zou je kunnen zeggen dat hij de laatste jaren vooral voor de vorm leeft. Met vorm wordt dan de taalvorm van gedichten bedoeld, want poëzie is voor Kroon al zijn hele leven een raison d'être. 

Een kwatrijn is een vierregelig gedicht dat vaak een ‘levenswijsheid’ bevat. Bij deze Rotterdamse dichter valt de levenswijsheid gelukkig wel wat te relativeren. De kwatrijnen van Na de vogels geven eerder een beschrijving van een zich ontwikkelende onmacht. Want ja, je wordt verdomme ouder en dat brengt, zo blijkt, behoorlijk wat beperkingen met zich mee. Kun je je verzoenen met dit proces? Door de keuze voor een nogal compacte vorm (vier regels) zou je verwachten dat de beknelling die onmacht kan zijn, zich versterkt. Maar dat is hier niet het geval. De noodzaak om binnen een handjevol regels te blijven levert eerder een ‘ruimtelijk’ effect op. De lezer kan zijn gedachten vrij om een gecondenseerd ‘bericht’ laten bewegen. Deze gedichten zijn berichten over de ‘state of mind’ van de dichter, kleine poëtische verslagen van een gewaarwording. In de bundel treffen we hier en daar zelfspot en ironisch optimisme aan.

Deze laatste jaren dwingen langzaamaan

tot een bestaan dat in een oogwenk kan vergaan,
maar ik vier elke dag weer samen het leven
met de jongen van zestien die ik ook ben gebleven.

Kroon debuteerde in 1968 bij Meulenhoff met de bundel Materiaal voor morgen. Nu ‘morgen’ een betrekkelijker waarde heeft gekregen is ook ‘gisteren’ een poëtische bron geworden. De dichter kan putten uit een lang leven vol taal en bespiegeling. Hij publiceerde behalve poëzie ook essayistisch werk. Toch is dat voor hem geen reden om de oude wijze man te spelen. Hij kijkt eerder met subtiele spot tegen het raadsel van het leven aan.

Het komt langzaam in zicht, snel leg je aan,

de loop van je leven is op het raadsel gericht,
maar het mikpunt van je beladen bestaan
blijkt achteraf opmerkelijk klein, ondraaglijk licht.

Spelen met het raadsel is voor een goede dichter iets vanzelfsprekends. Kroon is die poëtische reflex niet met de jaren kwijtgeraakt. Hij verbaast zich, maar wapent zich tegelijk met woorden tegen het onbekende dat naderbij sluipt als je ouder wordt.

Ondanks alles zijn de vogels hier gebleven,

ze gaan alle sterfte zwenkend uit de weg
en steken niemand aan en zullen overleven,
ze blijven aan de hemel sprakeloos in overleg.

Er is in Na de vogels zeker een zucht van vermoeidheid aanwezig. Maar op de een of andere manier slaagt Kroon er toch in om de ‘tijd’ op gepaste afstand te houden. Het sprakeloze overleg van de vogels is behalve een fraai beeld een intrigerende uitdaging voor de dichter. Dat overleg vindt ook in het innerlijk van gevoelige mensen plaats. Hoe krijg je het negatieve en positieve van ouder worden in een reële balans? Niet met gebabbeld melodrama, maar wel met een aantal rake geschreven kwatrijnen.

Dirk Kroon: Na de vogels, Uitgeverij Liverse, Dordrecht 2021, 85 p. ISBN 9789492519665




 

 

 





















Reacties

Populaire posts van deze blog

De paus in lotushouding

Morele basis

Morele basis 2